
Pensionada. Terwijl mijn lichaam in het warme sop land na een twee uur durende boswandeling met hond Tommy, voelen zowel lichaam als geest zich in balans.
Ik neem een hap van mijn kinder bueno waarop een slok latte macchiato snel volgt. Samen glijden ze smaakvol van mijn indoor glijbaan. Lijnrecht door het verwarmde lichaam heen die mega in chill modus verkeerd.
Man, wat leef ik toch het leven hè. Mijn hoofd lacht en noemt zichzelf een pensionada. Nou, nou. Jouw hoofd geeft jou wel een heel gedistingeerd etiket, Janine. Is deze pseudo Spaanse term niet weggelegd voor de welgestelde gepensioneerde die in het buitenland haar welverdiende boterhammetjes opeet? De speelse grappenmaker in mij maakt er intussen ”pen-Sjonny” van of “pen-Sjaanie”. Ook leuk. Maar pensionada, why deze benaming Janine? Help me even.
Nou, mijn lichaam en geest voelen zich oprecht welgesteld. En mijn huis voelt ook een beetje als een vakantiehuis. Wij, ik en mijn personages voelen zich bevoorrecht dat de persona Janine drie dagen kan werken en tijd heeft om vier keer in de week twee uur te wandelen in de bossen. En haar werk voelt ook nog eens als haar hobby dus vandaar dat gevoel een pensionada te zijn.
Wil ik een uur badderen, ik heb de tijd. Wil ik Netflixen, ik heb de tijd. Wil ik schoonmaken, ik heb de tijd maar liever niet, knort mijn neus terwijl mijn onderkin trilt van het lachen. Spreek jezelf nou niet tegen Janine. Je hebt jezelf de afgelopen week overtroffen met de schoonmaak. Oké, klopt. Mijn oude overtuiging over mijzelf stak even de kop op.
Maar Janine, Poppy is nu zes jaar en sinds haar geboorte werk jij drie dagen per week. Is dat bevoorrechte gevoel er sindsdien geweest?
Nee, moet ik eerlijk bekennen. Vroeger moest ik die vier vrije dagen opvullen met studies, schoonmaken, volle bak meespelen met de vriendinnen van poppy als ze kwamen, wassen, strijken, opruimen, kortom “moeten”, “moeten”, “moeten”. Ik kon mijzelf ontzettend in de weg zitten in gedachtenland. Dan was ik zo moe van alle opties die ik kon en moest doen dat ik uiteindelijk zwaar moe met een onvoldaan hoofd in slaap viel op de bank. Heimelijk om even van mijzelf te willen ontsnappen. En als ik een uur later wakker werd was ik boos op mijzelf omdat ik niets had gedaan.
Mijn lichaam stond altijd op de aan-knop en dat is het grootste cadeau wat Corona mij heeft gegeven. Althans, ik heb het mijzelf gegeven maar door deze bizarre tijd ben ik meer contact gaan maken met mijn lichaam. Ècht voelen en luisteren naar mijn wijze tempel wat veel meer weet dan mijn hoofd kan begrijpen. [Niet dat ik nu alles begrijp van voelen maar het begin is er en begrijpen zal mijn hoofd het voelen toch nooit. Poeh, pittig staaltje zin dit, fronst mijn voorhoofd.]
Anyway. Vanuit die innerlijke rust komt er ook meer energie vrij voor de dag.
Het hoofd bemoeit zich minder met mijn leven en dat is prettig.
Het huishouden loopt en is niet perfect maar dat is oké.
En door Tommy heb ik het afgelopen jaar zoveel over mijzelf geleerd, daar kan geen therapeut tegenop.
En oké, een pensionada heeft wellicht een hulp in huis en meer muntjes dan ik (dan mij? als ik? whatever betweters) maar ik heb meer ruimte in mijn hoofd omdat ik niet na hoef te denken over wat ik zou gaan kunnen kopen. Ik heb geen last van koopstress, grapt mijn geweten liefdevol. En schoonmaken zie ik tegenwoordig meer als een work out. Het gevoel een schoon huis te hebben daarna is werkelijk zó fijn dat ik met die gedachte makkelijker van start ga.
Ik heb trouwens sinds het jaar tweeduizend tweeëntwintig geen kleding meer gekocht, zeg ik trots. En dat geeft ruimte joh en de eenzame kledingstukken voelen zich nu weer gezien. En ja, hier komt er weer één, zo’n quote die iedereen wel kent: “Energy flows where attention goes”.
Poeh. Wir-war-wir-war. Dit verhaal heeft meer weg van een bos haar wat in de klitten is gelopen.
Oké Miss Critica. Lang verhaal short. Mijn aandacht ging vroeger alle kanten op en nu kan ik meer kiezen voor één iets in dat moment en dat is met toch een opluchting.
En het klinkt zo makkelijk hè.
In bad zitten en schrijven zijn in ieder geval twee dingen die goed samengaan.
Ik ga nog maar wat baantjes trekken in mijn bad om vervolgens even een maskertje te nemen en te genieten van een lekkere lunch.
Pensionada in eigen huis. Dus dat. Omdat ik ervoor kies en dan zul je zien dat er veel kan.
Intussen staat mijn ego heel wijs te zijn. Jammer weer dit. En in de verte hoor ik boeh geroep en zie ik twee duimpjes omlaag. Dat is mijn inner kind, die zucht en vind meneer Ego stom.
Alé, Silentio allen.
Mevrouw Ademhaling blaast iedereen omver.
Het is stil. Het geruis van het huis is weer hoorbaar. Oeps, scheetje gelaten in bad grinnik ik. Ga je dat er echt inlaten Janine? Ja. Vind ik leuk. Kan toch iedereen overkomen. Flatulentie is wellicht een leuk onderwerp voor de volgende keer. Of een kinderboek schrijven. Poep en plas doen het altijd goed.
Stilte.
Zwijgen is goud in sommige situaties Janine…
Ik duw mijn lippen op elkaar een zwaai jullie toe.
Dagdag en leef vooral je eigen leven. En lijkt dit leven je wat? Bel me want ik heb tijd alhoewel nu niet. Ben nu druk met in bad zitten èn schrijven, knipoog.
Liefs,
Janine
